Home » René Haustermans » Verhaaltjes

Verhaaltjes over van alles en nog wat...  (Beneden mag je een reactie achterlaten)

6 Isola Magiorre

Vandaag naar een eilandje geweest in een meer. Eigenlijk had ik geen idee waar ik naartoe ging, maar het was zo gepland en dus sjokte ik mee. Voordat ik het bootje opstapte, kocht ik nog snel een boekje over het meer en de daarin gelegen eilanden; want in mijn altijddurende honger naar kennis wil ik op zijn minst weten waar ik naartoe wordt verscheept. Het blijkt het “Isola Magiorre” te zijn, een van de eilanden in het Meer van Trasimeno. An sich niets bijzonders, ware het niet dat dit het eiland is waar St. Franciscus zich in het jaar 1211 gedurende de vastentijd heeft teruggetrokken om er te vasten en te prediken onder de bewoners. En als je eenmaal op dat eiland komt, kun je hem geen ongelijk geven. De serene rust, de olijfgaarden, één straatje , met wat huisjes en verder niets. Echt een plek om even alleen te zijn met jezelf, te onderzoeken met je zelf en te leven met jezelf. Je proeft er een stukje hemel op aarde. Dat zijn van die plaatsen waar je momenten van intens geluk kunt hebben.  Zo’n plaats waar je naar mijn overtuiging even thuis kunt zijn bij ‘ je diepste ik’  een onbewuste herinnering naar daar waar je vandaan komt (paralel aan je aardse leven) en er ook weer zult terugkeren. Een hemels gevoel dat je op sommige plekken kunt hebben, op sommige momenten; weer even herenigd met je oorsprong. Alsof je na een lange reis, een zware dag op je werk of jaren in de bak thuis komt en je geliefden weer ziet en in je armen kan sluiten. Een pelgrimage waar je niet , voordat je bij het heiligdom bent, je tussen massa’s mensen (toeristen), stapje voor stapje, kunt voortbewegen langs veel te veel kraampjes en winkeltjes met religiosa en curiosa, die je nog meer van je uiteindelijke doel afbrengen. Maar ieder pelgrimeert natuurlijk op zijn eigen wijze en heeft baat bij zijn eigen manier van pelgrimeren, zelfs als je niet eens weet dat je pelgrimeert. Zo kunnen je de meest verwonderlijke dingen overkomen.

Sint Franciscus sloeg tijdens zijn veertig dagen durend verblijf op het eiland een bron. Een bron die nog steeds water geeft. Er is een kapelletje omheen gebouwd, waar een mystiek aandoend, verweerd houten beeld staat. Op het moment dat ik het beeld wilde fotograferen, kreeg ik natte voeten. De bron welde open water sijpelde naar buiten over de grond, zodat ik in enkele ogenblikken in een modderige poel sta. Was het de speling van de natuur of een teken...? En teken dat ik te dichtbij kwam of vuile voeten had?

 De aanlegsteiger naar Isola MagioreDe aanlegsteiger naar Isola Magiore

 

Een persoonlijk welkom door Franciscus Een persoonlijk welkom door Franciscus

 

Het verweerde beeld bij de bron Het verweerde beeld bij de bron

 

5 Ff in het klooster ( dit is een ouder verhaal)

Nog één nacht slapen voor ik het klooster in ga. Niet dat ik wil intreden, nee, dat zou ik niet willen en zelfs niet kunnen. Ik heb mijn vrijheid en mijn eigen wandel te lief. Maar voor drie dagen trek ik mij terug in een benedictijnenklooster. Ik heb het daar al heel lang over, zo vaak over gedacht, zo vaak over gelezen. En in al die boeken, alle verhalen komt steeds weer hetzelfde terug; rust en regelmaat. Een strakke dagindeling en toch niet gehaast zijn. Het “age quid agis”: het doen wat je doet. Buiten die regelmaat is het natuurlijk ook dat stukje mystiek wat me trekt. De stilte, de gebouwen de sfeer, rust die ik in mijn dagelijks leven niet vinden kan, omdat ik steeds denk aan wat ik nog moet, nog wil en kan doen. Vooral zaken waarvan ik denk wat ik allemaal moet doen. Maar nu aan de vooravond van deze driedaagse vrijwillige afzondering van de buitenwereld, ga ik mezelf toch vanalles afvragen. Als ik dit bezoek zelf had moeten regelen was ik waarschijnlijk nog niet gegaan, niet gereserveerd bij de gastenpater. Het was mijn vrouw die bij wijze van eerste vaderdagcadeau dit voor mij regelde, omdat ze wist dat ik dit bezoek graag wilde doen, maar ook dat mijn agenda dit vrijwel onmogelijk maakt, dat het waarschijnlijk bij een wens blijven zou. Ik ben blij en haar dankbar dat ze dit voor mij regelde. ( ’t kan natuurlijk ook een weekendje oprotten, heb ik rust-cadeau zijn). Maar alles is nu eenmaal geregeld en ik ga morgenvroeg. En toch voel ik me wat onzeker. Sta ik wel op tijd op als de paters mij voor vijven wekken voor het eerste getijdengebed, de metten? Kan ik wel meewerken met de paters? Kan ik tot mezelf komen binnen die muren? Kan ik mijn lap-top drie dagen missen? En mijn vrouw en mijn dochtertje? Kan ik aan mezelf werken? Nieuwsgierigheid en verlangen wisselen steeds met onzekerheid. Sla ik er geen flater? ( lees goed Flater, geen frater) als ik door mijn onkunde niet meekan met de getijden of het dagritme. Ik zal het er wel leren. Ben blij dat ik mag gaan en hoop dat ik er een basis kan leggen voor mijn verdere leven in rust, ritme en persoonlijke verrijking.

Maak de poort maar open!

Binnen een half uur rijd ik al bergop over de oprijlaan naar het klooster. Ik neem mijn tas uit de auto en wandel in de richting van de zware poort. Na een ferme zucht bel ik aan. Géén reactie. Ik twijfel of ik nog een keer zal aanbellen, maar laat het achterwege. De eerste les van het kloosterritme voor iemand uit de gejaagde wereld. De deur wordt dan toch geopend door iemand die geen pater is, maar toevallig naar buiten wil. De goede man zegt dat de mis nog bezig is en dat daarna wel een pater zal komen. Ik besluit maar even geduldig te wachten in de gang waar ik wat literatuur doorblader. Na enige tijd zie ik de eerste geestelijke. Een zuster!!!

Ben ik verkeerd? Nee, zij zal wel de mis hebben bijgewoond want een plukje mensen volgt haar naar buiten. Dan komt de gastenpater, die mij vriendelijk verwelkomt en meteen alles begint te vertellen over de geschiedenis en gebruiken van het klooster.

Na even wat te hebben rondgewandeld hoor ik het luiden van de klok die de sext aankondigt en begeef me met mijn boeken naar de kerk. De sereniteit zou je haast overvallen. Gelukkig heeft de gastenpater alle te gebruiken pagina’s voorzien van een briefje zodat ik zonder veel zoeken de Latijnse teksten kan volgen. Als bij een passage plotseling de hele gemeenschap gaat staan, probeer ik met een zwierige beweging zo onopvallend mogelijk als een volleerde pater mee te gaan. Dat zelfde gebeurt ook bij buigingen, zitten, weer staan, zitten, staan, buiging, etc. Ik wist niet dat mijn ooghoeken zo’n groot bereik hebben. Als de sext ten einde is gaat vader abt voorop, gevolgd door alle broeders, op hun beurt weer gevolgd door ons gasten naar de refter. Voor ik de refter betreed wordt ik persoonlijk verwelkomd door de abt en wast mijn handen. Gastvrijheid is voor Benedictijnen een groot goed en is één van de gouden regels die Benedictus hun voorschrijft. Als ik naar mijn eetplaats loop zie ik dat iedereen voor zijn tafel staat, met een papiertje in hun hand, waar het komende gebed opgeschreven staat. Net als ik met een scheef oog bij mijn buurman wil meespieken reikt een pater mij mijn eigen papiertje aan, dat gewoon naast mijn bord lag. De abt bidt voor en iedereen volgt. Als we eenmaal aan tafel zitten leest een broeder voor:geschiedkundige werken, de heiligenkalender of andere literatuur. Héérlijk gegeten trouwens. Een goed gekruide soep (vandaar die kan water op tafel), aardappelen, witlof, vis (ook goed gekruid) en een rabarber-kompot met rode bessen. Ik had nog luidkeels willen roepen: "Hulde aan de kok!!", maar gezien de stilte in de ruimte heb ik het maar gelaten.

 

Na het gebed na het eten, gaat ieder zijn eigen weg. Ik wil even wat werken om vervolgen door de kloostertuin te wandelen. Want niets moet, alles mag. Hoef er ook niet over na te denken. Je gaat mee met de stroom van het ritme van de dag en saamhorigheid. Zo’n kloostertuin heft net wat anders als je eigen balkon of achtertuin. Heeft ook meer dan een stadspark. Je ziet dat de paters niet alleen ìn de tuin leven, maar vooral ook met hun tuin leven. Het kent stilteplekken, verbouwen er hun groenten, laten er vee op grazen, maar begraven er ook hun medebroeders. En al hoor je op de achtergrond zachtjes het lawaai van de wereld; het straalt rust uit. Stilte is méér dan niets horen. Je kunt het ook ruiken, aanraken en voelen. Waar het de eerste dag nog aan wennen is, is het loslaten van de tijd. Steeds wil je weer op je klok kijken om te zien hoe laat het is. Hoe lang je nog hebt om iets te doen voor het volgende getijdengebed. Maar het is hier niet de tijd van onze agenda. Het is de tijd van het ritme van de dag, die begint het het opkomen van de zon en eindigt met het ondergaan daarvan. Daartussenin gaat alles op een heel natuurlijke wijze.

Na de Noon ( het middaguur) wordt er samen gegeten, waarna er een korte siësta volgt, die alle levende wezens op aarde houden, behalve wij westerse mensen, om de spijsvertering zijn werk te laten doen. Als je die energie dan weer inzet voor andere zaken, zal die spijsvertering ( door die verminderde energie) niet optimaal werken. De klok die slaat geeft aan dat waar je mee bezig bent, of niet, staakt en je begeeft je naar de gebedsruimte. En als de klok dat niet doet, is er wel een kudde schapen, die onder mijn raam vers gras heeft gevonden. Het geblaat geeft aan dat ik even uit mijn raam moet kijken.

De tijd hier duurt niet lang, de tijd duurt niet kort, de tijd duurt zolang als dat het nodig is. Kon ik dit maar in mijn dagelijkse leven inpassen. Ik had geluk! Aansluitend aan de vespers werd er een concert gegeven met werken van Mozart en Mendelssohn. Erg mooi.

Je merkt ook dat je binnen één dag meteen bent opgenomen in de gemeenschap. Zowel met de paters, als met de medegasten. Verhalen, herinneringen en ervaringen van de meest uiteenlopende aard worden gedeeld. Op deze manier ontstaan mooie gesprekken. Je helpt elkaar ook op momenten dat je als nieuweling niet bekend bent met een kloostergebruik.

Met de completen, completeer je je dag. Iedere dag in het klooster. Je kijkt terug op de dag, overweegt de dag en sluit de dag. Met de zegen van de abt ga je de stilte van de nacht in. Op een tijd dat ik normaliter aan een nieuwe taak begin, ga ik nu naar bed. Waarom ook niet. De dag is om, compleet, niets meer te doen als gaan slapen om in de morgen weer te beginnen met een nieuwe dag.

Een nieuwe dag begint vroeg met de metten om vijf uur en de lauden om half zes. Mijn dag begon pas om half zeven, wanneer ik in stilte ontbijt en een wandeling maak door de kloostertuin. Als ik de klok voor de tweede maal hoor slaan, spoed ik mij naar de kerk voor de prime. Het startschot voor deze dag. “Nu het zonlicht is opgegaan” zijn dan ook de eerste woorden die de nachtstilte doorbreken. Die rust vanaf de completen tot nu aan de prime, zegt zoveel over wat de nacht moet zijn. Een tegenhanger van de dag. Staat recht tegenover het werk, heel anders dan alle geluiden, conversaties, etc. van onze dagelijkse bezigheden. Die rust en stilte is ook niet beklemmend of beangstigend, nee, eerder bevrijdend. Je hoeft je namelijk ook niet te verantwoorden of te verdedigen dat je deze periode van de dag geen behoefte hebt aan spreken, conversaties, lawaai en drukte om je heen, maar aangewezen zijn op jezelf om na te denken, orde te scheppen en rust te vinden. Dat wat in je dagelijkse leven bijna niet is in te passen. Toch werkt het. Onder het ontbijt of andere eetmomenten kun je met kleine gebaren en vooral je ogen alles gedaan krijgen.

Samen aan de koffie met de overige gasten brengt mooie verhalen over tafel. Een gesprek begint, wat door ieders ervaringen en kennis wordt aangevuld. In het dagelijkse leven is iedereen met zijn eigen zaken bezig en hier komen ze bij de koffie opeens allemaal samen in een gesprek, wat op deze manier wat krijgt van een intervisie, van waaruit een ieder weer kan putten om zijn eigen zaak te vervolgen.

Na de sext is er weer een heerlijk maal bereidt. De tijd na de maaltijd in de middag vind ik heerlijk. Even nagenieten van het eten en het vooral even rustig laten zakken tijdens een wandeling door de tuin. Tot de klok weer opriep voor de noon. De ruimte die zit tussen de noon en de vespers is al helemaal een zee van tijd. In deze tweeënhalf uur heb ik een klusje gedaan wat ik had meegenomen en al twee jaar tegenaan aan het hikken was. En hier? In nog geen twee uurtjes gepiept! Moet ik daarom de rust van een klooster opzoeken? Waarschijnlijk wel.

Tijdens de vespers begon het buiten erg donker te zien. En net als het psalmvers “Qui óperat caelum núbibus et parat terrae plúviam”1 klinkt, zie ik door de kerkramen een zwarte lucht en klinken er ferme donderslagen. ’t Bliksemt en waarschijnlijk is deze ingeslagen op de kerk. We zagen namelijk een vonkje en hoorde een dor gekraak uit de luidsprekers. Volgens een pater die het zelf niet had gehoord was het dan toch de H. Geest. Na het eten een stuk gewandeld met frater Leo, een befaamd beeldhouwer, om vervolgens met de completen de dag weer te sluiten met de zegen van de abt.

 Ik ben nog geen tien seconden wakker als ik de klok hoor luiden die oproept voor de metten. De vigilie van de nacht. Voor de monniken is dit een oefening om te leren omgaan met het donker. Een lange zit. Anderhalf uur! En dat voor een gebed dat begint op zondagmorgen om kwart voor vijf. Wel mooi om te zien is dat tijdens het gebed dat de duisternis gedag zegt, dit visueel wordt door de vensters van de kerk. Van nachtzwart aan het begin van de metten tot schemering om uiteindelijk tot volledig daglicht te komen. Aan het eind van de metten zingen de vogels buiten dan ook mee.

 
Zo eindigt weer een weekend, dat ik geïnspireerd en voldaan afsluit. Nog dagen zal ik dit ritme en levensgeest proberen vast te houden, tot de wereld die ik dagelijks beleef dit weer heeft verdrongen tot de waan van de dag en ik weer uitkijk naar een volgend bezoek aan dit klooster, dat mij weer even op de rails kan zetten.

1 Vert. Die de hemel met wolken bedekt en regen bereidt voor de aarde

4 Italianen

Italië! Mooi land, maar er wonen te veel Italianen. Er wonen er zelfs meer dan in Nederland! En niemand die er iets tegen doet! Eén Italiaan valt wel mee, maar meerdere Italianen bij elkaar is een plaag. Vooral als ze beginnen te praten. Voor iemand als ik die er weinig van begrijpt als ze op hun eigen tempo praten en ik het niet meer dan voor mij enkel onverklaarbare klanken tot me kan nemen. Het probleem is alleen dat ze asociaal sociaal zijn. Italianen onderling dan. Ze hebben altijd wel iets te vertellen op een toon die voor ons nog het meest lijkt op een heftige woordenwisseling. Ze hebben elkaar zelfs zo veel te vertellen, dat ze met het oog op tijdsbesparing allemaal tegelijk praten en deze klanken allemaal samensmelten, als was hierop het doppler-effect van toepassing. Ook niet erg, waren het niet dat ze pas in de avond en nacht tot leven komen. En dat is wel erg!

3 Ergeren op vakantie

Op vakantie! Nou wat een plezier! Ik klaag niet graag, maar er moeten me toch een aantal zaken van het hart, ligt me ’t een en ander op de lever en ongeveer een dubbele portie zwaar op mijn maag, zodat ik even mijn gal moet spuwen, in de hoop dat dat onrustige gevoel weer als de sodemieter verdwijnt. Ik heb bijvoorbeeld biets tegen campings. Nee, het zijn de campinggasten, die werkelijk aan niets anders dan aan zichzelf denken. Nachtstilte wordt alleen gerespecteerd, wanneer men er zelf behoefte aan heeft. Of wat te denken van kleding. Eenmaal bevrijd uit het dagelijkse leven en de daarbij behorende kleding, laat men op een camping werkelijk alle gêne varen.  Uitgezakte joggingbroeken bij de heren, waar de benen te lang zijn voor de pijpen en het kruis te kort om het noordelijke deel van hun bilspleet te bedekken, buiken die bij tegenwind een halve meter achter de rechtmatige eigenaar aanwapperen, hemden met overtollige knopen en dus los bungelen, en g zo maar door. Ik zie het al ’s ochtends als ik mijn das sta te strikken in de gemeenschappelijke sanitaire ruimte. En wanneer ik daar naar buiten kom, zie ik ook de nieuwste campingmode van de campingdames. Ik mag graag een bloot stukje vrouwenhuid zien, mits de uiterste houdbaarheidsdatum niet overschreden en net als bij een drumstel; het vel goed gespannen, i.p.v. een geologisch wonder als de Grand Canyon, meervoudig over het hele lijf. En juist waar de canyons moeten zitten zijn ze er niet, omdat de tijd deze heft weggeërodeerd.  Erosie zie je op een camping overigens wel meer… Wanneer ik weer in het gemeenschappelijke sanitair sta en mijn plasstraal volg in de richting van het zwarte gat, volgt deze straal moeiteloos de reeds uitgesleten banen van door mijn voorgangers aangekoekte landschap. Overigens aan de kleurschakeringen te zien een zeer unieke biotoop. In ieder geval uniek genoeg om je je eraan te ergeren.  Op het rijtjestoilet hoor je overigens een kakafonie aan geluiden. ’t Zijn helaas de meest verscheidene timbres die als dissonanten langs elkaar zweven en mijn toch redelijk muzikale oren pijn doen.  Zit je je net even niet te ergeren voor de caravan, komt je vrouw. Of je niet voor één keer in deze drie weken even de afwas wil doen. Heb ik dan géén vakantie?? Eén keer, maar genoeg om je aan te ergeren. Zit je uren op overvolle autowegen in een snikhete auto, met baggervoer in die toeristische gaarkeukens, om zo ver mogelijk van Nederland weg te zijn, sta je op de camping tussen allemaal Hollanders. Ik heb niets tegen dat volk; Ik leef ermee, ik werk ermee, ben zelfs met eentje getrouwd…, maar niet op vakantie!En alsof ze die afkeer ruiken, peperen ze het je ook keer op keer weer in je snufferd. Bij elk oogcontact, bij het elkaar passeren, bij het douchen, ja zelfs bij de frietentent, steeds wordt je geplaagd door een ‘goedendag’, ‘goedemorgen’,  ‘goedemiddag’, ‘goedenavond’, afhankelijk van het tijdstip. Even denken… waar kan ik me nog meer over ergeren? Ja, natuurlijk. Iedere nationaliteit brengt zijn eigen ergernissen met zich mee. Het zijn in ieder geval twee weken lang ergeren. Niet dat ik zo’n ergeraar ben. Nee, integendeel eigenlijk. Maar zo duurt de vakantie tenminste extra lang!

2. Zonder navigatie.

Geen Tom-Tom; dat wil zeggen: Op eigen vermogen je route bepalen. We troffen het! In de winkel langs de weg vonden wij een exemplaar van een landkaart. Voor degenen die later hebben ingeschakeld en gewoonweg te  jong zijn; Een landkaart is een groot vel papier met allemaal lijntjes en kleurtjes. Die lijntjes zijn wegen, zodat je precies weet hoe je van de ene plek op de andere komt. En dat allemaal zònder  GPS. Echt waar… het bestaat! Een hele mooie en waardevolle bijkomstigheid   is het feit dat je niet alleen je start- en eindpunt ziet en alles wat er tussenin ligt, maar een veel groter gebied in één oogopslag ziet en zo leuke plekjes ontdekt of zelfs van kers kunt veranderen. Op deze manier kom je op plaatsen die je anders nooit gezien had en achteraf ook nooit had willen missen. De techniek hierachter werkt heel anders dan GPS, maar werkt met ogen en je hebt genoeg aan een redelijk verstandelijk vermogen. Het heeft iets nostalgisch en het duurt dagen voordat je weer in de gaten hebt hoe je zo’n kaart moet opvouwen. Om de nostalgie compleet te maken meet ik de afstanden met een passer. ( een twee-armige potlood om o.a. circels mee te tekenen, die je niet in grootte kunt aanpassen door er met een muis overheen te slepen) Dus weg met de digitale navigatie en ontdek de wereld van/met/door een kaart!   

1. Tom-Tom vergeten!

Een reis, hoe goed ook voorbereid, loopt altijd anders dan gedacht. Neem nu onze reis, een vijf weken durende vakantie, met een camper door enkele Europese landen trekkend. Maanden voorbereiding, alles geregeld voor achterblijvers, het werk én de vakantie! De route ongeveer uitgestippeld langs plaatsen waar we persé heen willen. Door Duitsland, Oostenrijk en Italië. Als we tijd over hebben zien we wel. “Dat zien we wel” kwam eerder dan gedacht. Namelijk al op het moment dat we nog geen vijftig kilometer van huis waren, kwamen we erachter dat we onze tom-tom vergeten waren. Hoe erg is het met ons gesteld dat we sinds enkele jaren de weg volledig bijster zijn als we niet blind kunnen vertouwen op onze technologische hoogstandjes, kunstmanen in de ruimte en onze blik niet meer gewend is om buiten een lichtgevend, vierkant scherm te kijken. Toch besluiten we door te rijden… Zonder tom-tom en niet meer blind te varen en ons in plaats van een kunstmaan te laten leiden door een echte maan en een echte zon. Zonder enig besef van tijd overigens, want onze klok deed het ook niet! Het deed me meteen denken aan de Benedictijnse levensstijl. Doen wat je doet. Inderdaad, alle wegen voor ons zijn geplaveid en de zon ( en de rest van het weer) geeft het ritme van de dag aan en waar we verder naartoe zullen trekken. Met een camper onder je kont kun je eigenlijk ook nooit verdwalen, omdat je altijd wel ergens aankomt. Het is inderdaad ook het weer dat onze eerste geplande bestemming niet laat bereiken. De wind maakt het me zo lastig om het grote gevaarte wat die camper is goed op de weg te houden en mijn armen en mijn hoofd zo vermoeid, dat we besluiten een willekeurige afslag te nemen, zonder te weten waar we naartoe gaan. Al rijdend zien we de zon minder sterk worden en wordt het langzaam tijd een plek te zoeken waar we met onze camper kunnen overnachten. Dan komen we bij een groot meer. De “Laacher See”, in Duitsland een Maar genoemd, omdat het meer eigenlijk een krater is van een oude vulkaan. Na een tijdje de oever van het meer te hebben gevolgd komen we bij een camping, aan diezelfde oever van het meer. Er is plek, dus we slaan er ons camper-ment op. Het is er prachtig. Alsof je ondanks een gedegen planning toch hier had moeten komen. Doen wat je doet en laat je leiden door het ritme van de dag ! Dit wordt nog eens bevestigd als je ’s avonds op een hoger gelegen standplaats over het meer tuurt en aan de overkant het bekende klooster Maria Laach ziet liggen, een Benedictijnse orde...

Reactie plaatsen

Reacties

Annelies Kootstra-Balter
7 jaar geleden

Hoi ,wat boeiend om hier te lezen en vooral wat mij boeit , klooosters ,je muziek ,je colums en vooral je optredens in klosster Wittem ,mijn lievelingsplekje !
Zal vaker hier komen lezen en alles volgen ,lieve groet en tot ziens ,Annelies .